Geschreven door Marco op 31 maart 2010 in Geestelijk leven |
Laatst tijdens een college op de VU kwam het ter sprake. Leren we nog dingen of weten we alleen waar we het kunnen opzoeken? In dit geval ging het om Grieks. Een groot aantal studenten zit met laptop in de collegezaal, Bijbelsoftware geopend en je kan exact zien wat de betekenis is van een Grieks woord, welke naamval en verbuiging. Wat de docent ook vraagt, je leest het goede antwoord gewoon voor…
Ik ben nooit zo’n groot voorstander geweest van Bijbelteksten uit je hoofd leren (memoriseren). Want voor welke vertaling kies je? En wat als er een nieuwe vertaling komt? Ik vond, vind, het belangrijker om te weten waar iets staat, in welke context en wat het betekent.
Met elkaar leven we in een “opzoekcultuur”, ff googleen (schrijf je dat zo?) en je weet het. Maar leren we dan ook nog werkelijk iets? Is dit niet hetzelfde als een leerling op de basisschool gewoon een rekenmachine geven en verder alle rekenuitleg schrappen?
En als het gaat om Gods Woord, houdt leren dan niet een bepaalde verandering, transformatie, in? Of zoek je gewoon ff op wat een sociaal gewenst antwoord of gedrag is? Wat zou je willen dat God zegt als je straks voor Hem verschijnt: ‘Ik weet niet of je naam in het boek van het leven staat, Ik moet het even opzoeken…’
Geschreven door Jochem op 20 maart 2010 in Geestelijk leven |
Niet grote ‘mega kerken’ maar kleine gemeenschappen hebben de toekomst volgens James Kennedy van de Universiteit van Amsterdam. Het feit dat de kerk haar centrale rol in de samenleving is kwijtgeraakt zou ons als christenen niet moeten verontrusten. Waarom zouden kerken grote en belangrijke instituten moeten zijn? Waarom zouden we teleurgesteld moeten zijn dat de kerk aan de zijlijn staat? De kerk gedijt volgens Kennedy niet bij grote ambities, maar juist bij kleinschalige gemeenschappen en een rol in de marge. Een kleine maar hechte geloofsgemeenschap, die anders is dan de wereld: liefdevol, betrokken en met een duidelijke boodschap. Daar ligt de kracht van de kerk in een postchristelijke samenleving.
Een valkuil van zo’n hechte club is volgens Kennedy dat men minder open staat voor buitenstaanders. Bij het koffiedrinken staat men dan vooral met elkaar te kletsen. Hoewel dit een getuigenis is van hun liefde voor elkaar, kan dit de uitbreiding van de gemeenschap wel in de weg staan. Als kerk dienen we isolement vermijden.
Kennedy wijst er verder op dat de christelijke gemeenschap een gemeenschap van discipline, vermaning en van christelijke deugden zou moeten zijn. Het is ontzettend belangrijk dat wij elke week bij elkaar komen om samen te zingen, te bidden en te luisteren naar de Bijbel. Dat we elkaar onze zonden belijden en indien nodig in en door de gemeenschap vermaand worden.
Het is als gemeente niet onze opdracht succesformules te bedenken, zodat we zullen groeien en meetellen in de samenleving. Het is wél aan de gemeente in te zien dat onze belangrijkste rol in de samenleving nu is om te leven als getuigen van Christus’ liefde, als een voorbeeldgemeenschap voor en contrasterend met de omringende wereld. Niet als een superspirituele organisatie van bijna onfeilbare heiligen, maar als een kerk vol van mensen van vlees en bloed.
Ik moet hierbij ook denken aan de woorden van Jezus aan de gemeente in Filedelfia: “Ik weet uw werken: zie, Ik heb een geopende deur voor uw aangezicht gegeven, die niemand kan sluiten; want gij hebt kleine kracht, maar gij hebt mijn woord bewaard en mijn naam niet verloochend.” (Openbaring 3:8). Alhoewel de gemeente te Filedelfia kleine kracht heeft, weinig invloed uitoefent, geen grote ‘mega kerk’ is, roemt Jezus de gemeente omdat zij zijn woorden bewaren en zijn naam niet verloochenen. Grote kracht en veel invloed hebben is blijkbaar niet het criterium dat Jezus bovenaan zijn lijst voor kerken heeft staan.
Dit alles bemoedigt mij met het oog op onze eigen gemeente, de CAMA Amstelveen. Wij zijn geen grote gemeente en hebben niet veel invloed in Amstelveen. Maar wanneer wij een warme en liefdevolle gemeenschap van mensen van vlees en bloed zullen zijn en blijven, zal hiervan een bepaalde aantrekkingskracht uitgaan. Onze taak is niet om trucjes te bedenken hoe we zo snel mogelijk groeien en groot kunnen worden als gemeente. Veeleer moeten wij ons voornemen samen te volharden in het bij elkaar komen, het liefdevol omzien naar elkaar, het breken van het brood, het samen zingen en bidden, het elkaar vermanen als het nodig is, om zo in liefde naar elkaar en naar Christus toe te groeien. Ik ben ervan overtuigd dat hier onze kracht ligt voor de toekomst, ook al is die kracht maar klein. God zal het zeker zegenen!
n.a.v. James Kennedy, Hoe een kleine kerk groot kan zijn. In: CV Koers, maart 2010.
Geschreven door Marco op 4 maart 2010 in Geestelijk leven |
Gisteren waren de gemeenteraadsverkiezingen. Altijd spannend, zeker nu net het kabinet gevallen is en we op 9 juni landelijk mogen stemmen. Natuurlijk werd er vooruit gekeken naar de landelijke verkiezingen, hoe zou het geweest zijn als…
Wat opvalt is de gigantische versnippering. Vroeger (ai, ik wordt oud…) waren er maar drie grote partijen: CDA, PvdA en VVD. Er werd linksom of rechtsom een kabinet gevormd, zelfs acht jaar van een paarse kleur. Maar het was duidelijk.
En nu? Ik weet het niet. Grotere partijen worden kleiner, kleinere partijen worden groter. Nieuwkomers komen en gaan. Het lijkt wel alsof iedereen opschuift naar het midden (zo je wilt: water bij de wijn doet), zodat er geen smaak meer over is.
Gaat het in het geestelijke landschap ook zo? Moeten we alles op alles zetten om maar oecumenisch te zijn om bij één grote landskerk uit te komen? Is dat wat Jezus bedoelt met eenheid als hij het hierover heeft in Johannes 17?
Of schuiven we als kerk zover op naar de maatschappij dat er zelfs geen of nauwelijks verschil meer is tussen gelovige en niet-gelovige? Verliezen we als gemeente onze smaak omdat we teveel versnipperd zijn?
Ik pleit voor duidelijkheid. Sterke, op de Bijbel gebaseerde, principes en helderheid van het evangelie. Jezus kwam om te verlossen. Punt.