Christelijk wortelen: deel 2
De laatste tijd ben ik erg gecharmeerd van de katholieke theoloog Erik Borgman. Door Elsevier is hij uitgeroepen tot één van de scherpzinnigste denkers van Nederland op dit moment. Borgman schreef ook een boekje n.a.v. de maand van de spiritualiteit over ‘wortel schieten’. Hieronder kort een paar van zijn gedachten.
Vaak zijn wij mensen ontevreden met waar we ons bevinden in het leven. We hebben moeite onze huidige omstandigheden te aanvaarden. Ook christenen hebben nog wel eens de neiging te benadrukken dat wij pelgrims en vreemdelingen op aarde zijn en dat we ons vooral moeten richten op de toekomst van de nieuwe hemel en aarde: daar zal alles goed en God bij ons zijn. Borgman onderstreept dit, maar tegelijkertijd stelt hij dat de situatie waarin we hier en nu op aarde en in het leven verkeren voor nu de plaats is waar je staat en moet zijn, en waar het heilige, ja, waar God bij je is. De heilige grond ligt niet ergens ver in de toekomst, nee, daar waar wij nu zijn in ons leven staan wij op heilige grond: God is er.
Hedendaagse spiritualiteit legt vaak accent op het veranderen van jezelf. Wij zouden voortdurend aan onze ziel moeten verbouwen. De kracht van de christelijke traditie is volgens Borgman nu juist de onbezorgdheid en de ontspanning: je hoeft niet voortdurend aan jezelf te werken. Je hoeft niet steeds opnieuw je ziel in te richten. En ook: je hoeft je niet voortdurend sterk te maken ten opzichte van de situatie. Je mag kwetsbaar en zwak zijn.
Dus niet: je eigen innerlijk sterk maken zodat je altijd en overal tegen alles bestand bent (deze gedachte zien we soms ook in christelijke evangelische kringen!). En ook niet: ik moet zo onkwetsbaar mogelijk worden. Niet: jezelf overeind houden, maar soms gewoon eens vallen en dan weer opstaan. Om dan te ontdekken dat er altijd een bodem is; dat je nooit zo diep kunt vallen dat het nooit meer goed komt. Om te ontdekken dat je nooit uit de hand van God kan vallen.
Borgman meent dat het soms juist goed is als je in het leven eens op een punt komt, dat je het zelf niet meer weet en kan. Wij hoeven het ook niet allemaal zelf te doen of te kunnen! Dat is een bevrijdende boodschap! God heeft ons zo geschapen dat wij afhankelijk zijn van Hem en van elkaar. Moderne spiritualiteit beweert juist dat wij mensen het allemaal uit onszelf moeten halen. Maar wij kunnen het helemaal niet allemaal uit onszelf halen. Wanneer je jezelf niet meer kunt dragen, mogen we ervaren dat we gedragen worden: door anderen en door God.
Enerzijds mogen wij als christenen dus wortelen in het hier en nu. We staan immers op heilige grond. Dit is waar we nu mogen en moeten zijn en waar God bij ons is. Anderzijds heeft Borgman ook oog voor een wortelen in de toekomst. In plaats van (krampachtig) vasthouden wat je hebt en bang te zijn voor wat er zou kunnen gebeuren, dienen wij met vertrouwen te ontvangen wat ons vanuit de toekomst aangeboden wordt. Daar is die christelijke ontspanning weer die zo haaks staat op veel hedendaagse spiritualiteit, waarbij we vooral zelf aan onze ziel moeten schaven. Borgman meent daarnaast dat wij leven in een soort tussentijd: er zijn al goede dingen, er is nieuw leven, we mogen reeds proeven van de heerlijkheid van het Koninkrijk. Tegelijkertijd is het er nog lang niet helemaal en volkomen. Maar daar mogen we wel op vertrouwen. Zo is de christelijke en gewortelde grondhouding volgens welke we in het leven zouden behoren te staan: kwetsbaar, ontvankelijk voor wat zich aandient, vertrouwend dat waar we nu zijn in het leven goed is, met eveneens een vertrouwen op de toekomst van Gods Koninkrijk dat aan het komen is.
Erik Borgman. Wortelen in vaste grond. Een cultuurtheologisch essay. ISBN: 9789021142418
